Beter laat dan nooit

Om ons heen wordt er geschreeuwd. In het Spaans, maar de strekking ervan is duidelijk. Één van de passagiers staat op van zijn plaats en houdt vlak voor de busconducteur halt. Hun gezichten raken elkaar bijna. De sfeer is intimiderend, maar een confrontatie met een slechte afloop blijft gelukkig uit. Terwijl het geschreeuw langzaam af begint te nemen en de conducteur terug naar beneden loopt, begint de bus te rijden. Anderhalf uur te laat. Niet iets om je druk over te maken in Zuid-Amerika, zou je zeggen. Maar dat is alles behalve waar. De mañana-mañana-instelling vindt ook hier geen gehoor. Want dat de bus een half uur te laat arriveert, is één. Dat het voertuig het vervolgens waagt om na nog geen vijftien minuten rijden nog eens een uur langs de kant te gaan staan suffen, gaat te ver. Irritant, dachten wij. Onacceptabel, leren we nu, als we zien hoe hoog de gemoederen oplopen.

Dat we na de ayahuasca in Peru nog steeds een beetje in een roes verkeren, is duidelijk. In plaats van net zo ongeduldig te worden als mijn mede-passagiers, leun ik nu rustig achterover en troost mijzelf met de gedachte dat ik het stroperige bruinrode brouwsel nooit meer hoef te drinken. Ben jij er bekend mee? Dan brengt alleen het lezen van deze zin je alweer terug naar dat moment. Er loopt een rilling over je lijf. En van de herinnering dat het mengsel er niet alleen in, maar ook nog uit, moet, word je misselijk. Want wie denkt dat het nemen van ayahuasca vooral ‘leuk’ is, komt bedrogen uit. Een strikt dieet dat negentien dagen duurt, het vasten voorafgaand aan de ceremonie, het drinken van zes grote glazen vulkanisch water om het lichaam te reinigen en tenslotte het overgeven, is alles behalve leuk. Maar het is het wel waard.

Want de stress, die Noëlle’s haaruitval leek te veroorzaken, lijkt te zijn verdwenen. Na de doodsangsten, die ze tijdens haar tweede sessie heeft uitgestaan, lijkt ze een nieuwe waardering voor zichzelf en het leven te hebben gevonden. Net op tijd. Voordat de grapjes over haar haarverlies niet meer grappig, maar alleen nog tragisch zijn. Onder het motto ‘beter één haar op het hoofd, dan tien in de hand’ gaan we sinds kort door het leven. Geduldig en optimistisch. Want ondertussen laten we steeds meer los. We laten ons niet meer opstoken door de chaos om ons heen. En we lachen om de andere passagiers die, telkens wanneer de bus even stopt, opnieuw beginnen te schreeuwen. Als we Cochabamba eindelijk bereiken, halen we opgelucht adem. Want wat voor onze persoonlijke ontwikkeling geldt, geldt ook voor de bus. Beter laat dan nooit.