Een wonder

Het zweet klotst onder onze oksels, ons haar plakt in slierten aan ons gezicht en in onze beha’s heeft zich inmiddels een zwembadje van transpiratie gemanifesteerd. Met één hand in onze zij en de andere over onze mond, staan we halverwege het pad naar de Machu Picchu. Het is nog donker en links en rechts worden we ingehaald door jonge mensen die het iets beter voor elkaar lijken te hebben dan wij. Alhoewel? Het stadium van een paar gênante zweetplekken onder hun oksels, zijn ook zij allang gepasseerd. Hun shirt plakt van het zweet aan hen vast en terwijl ze ons voorbijlopen horen we ook hen hard hijgen. Maar, in tegenstelling tot ons, hoeven zij niet iedere vijf stappen te pauzeren. Bang om zowel op als over te geven. Het is slechts vijftig minuten omhoog. Maar tijdens alle vijftig, gaan we door een hel.

Oefening baart kunst, zegt men weleens. En oefening hebben we genoeg gehad. Neem de Annapurna in Nepal, de Tongariro Crossing in Nieuw-Zeeland, het Huascaran-gebergte in Huaraz en de Colca Canyon slechts iets meer dan een week geleden. Ondanks onze komaf, uit een land dat niet alleen maar plat maar ook nog laag gelegen is, liepen we de meeste wandelaars er met gemak uit. Behalve nu. Het is een wonder dat we boven komen, maar het is dan ook een wonder waar we voor gekomen zijn. Want na het bezoeken van de Taj Mahal in India staat ook de Machu Picchu, die net als de eerste tot één van de zeven nieuwe wereldwonderen wordt gerekend, op onze bucketlist.

En omdat we dat wonder in alle rust wilden bewonderen, vertrokken we in het holst van de nacht, over een donker pad, naar een brug die pas om vijf uur ’s ochtends geopend zou worden. Wisten wij veel. Dus sloten wij vijfenveertig minuten te vroeg als zevende en achtste in de rij aan. Dat we onderweg naar boven ook door alle vijftig mensen achter ons zouden worden ingehaald, hadden we niet kunnen weten. Dat dat er achteraf niet toe deed, ook niet. Want hoewel wij keurig achter in de rij aansloten, dromden de passagiers die de bus hadden genomen ons zowel links als rechts voorbij. Geen probleem, want als één van de eersten klommen we in ruim een uur verder tot een hoogte van 3.061 meter. Een wonder bleef echter uit. Dankzij de mist, was ons het uitzicht op de oude Inca-stad niet gegund. Gedesillusioneerd keerden we weer terug naar beneden. Maar waar de wolken langzaam wegtrokken, leek de stad zich verder te vullen. Met een diepe zucht begaven we ons in de massa. Op een wonder, rekenden we allang niet meer.