Als het aan de supermarkten in Lima ligt, brengen we een kwart van onze tijd in Peru hier door. Want ook vandaag zijn we getuige van het inefficiënte tafereel dat zich telkens weer bij de kassa ontvouwt. Terwijl de klant wiens beurt het is glazig en verveeld voor zich uit staart, scant de caissière op haar gemak de boodschappen. Hoewel de gescande artikelen netjes op de achterband worden gelegd, maakt niemand aanstalten om ze in te pakken. Het is druk in de supermarkt en de rij aan de kassa wordt steeds langer. De medewerkster laat zich echter niet opjagen. Dus na het scannen van een tiental artikelen, begint ze rustig alles in te pakken. Als ze klaar is, start alles weer van vooraf aan. Een handvol artikelen wordt gescand. De klant staart glazig voor zich uit. En de caissière onderbreekt het scanproces om een tweede tas met boodschappen te vullen. We kunnen de krekels horen tjirpen en ik zweer (of hallucineer) het: een stepperoller rolt voorbij.
Het is twee uur ’s middags en we zijn moe, hongerig en ongeduldig. In een poging de stad te verkennen, hadden we een paar uur eerder de bus naar Miraflores genomen. Onderweg ernaartoe waren we gestopt bij een apotheek. Door het aanschaffen van aanvullende vitaminepillen, hoopten we Noëlle’s haaruitval tegen te gaan. Met de pillen veilig op zak, vervolgden we onze weg naar de wijk waar toeristen worden geacht te verblijven. Hoewel ook wij in de veronderstelling hadden verkeerd dat we via Booking.com een hostel in een veilige wijk hadden geboekt, bleek niets minder waar. De één na de ander reageerde geschokt toen we vertelden dat we in Los Olivos verbleven. Een beetje verbaasd (want onveilig voelden we ons niet), besloot ik onze wijk te googelen. Wat bleek? Iedereen had gelijk gehad. Het reisadvies van Buitenlandse Zaken was duidelijk. Deze wijk diende vermeden te worden. En zo kwam het dat we die middag door Miraflores dwaalden. En hoewel het ons de avond ervoor (toen we hier een vriendin opzochten) goed was bevallen, viel het bij daglicht behoorlijk tegen. We besloten daarom algauw de bus terug te nemen. Daarbij de gezichtsuitdrukking van een local, die ons vroeg waar we verbleven, negerend. En omdat we nog niet hadden gegeten, besloten we onderweg naar huis een korte stop bij de supermarkt te maken.
Terwijl we in de rij voor de kassa staan te wachten, denk ik terug aan het gesprek dat we zojuist in de bus hadden gevoerd. Waarom waren we niet in het historisch stadscentrum uitgestapt? Om door de straten te dwalen en te genieten van het moois dat Lima te bieden heeft? Goede vraag, maar makkelijk te beantwoorden. Omdat we niet alleen nog langs de supermarkt moesten, maar ook weer voor het donker thuis moesten zijn. We verblijven immers in een gevaarlijke buurt. Dus terwijl de rij zich tergend langzaam naar voren beweegt, wissel ik ongeduldig van standbeen. Ondertussen onderzoekt de caissière het briefgeld wat haar zojuist overhandigd is als een ware Sherlock. Ze deelt haar twijfels over de echtheid van het geld met de klanten die er net mee wilden betalen. Zij halen hun schouders op, want een ander briefje hebben ze niet. Als het haar vervolgens ook niet lukt om de aandacht van één van haar collega’s te trekken, geeft ze het op. Ze neemt het aan en propt het, helemaal onderaan, in de kassa. Uit het oog uit het hart, moet ze hebben gedacht.
Opnieuw schuifelen we allemaal een stukje naar voren. De kans dat we hier ter plekke van verveling sterven is groter dan dat ons daarbuiten, in de straten van Los Olivos, iets overkomt. Als de vitaminepillen werken, worden we hier eerder grijs dan kaal. En terwijl ik onze magen hoor knorren en ik een gaap onderdruk, verwacht ik dat er elk moment een tijger achter één van de kassa’s vandaan komt lopen. We hebben immers genoeg geduld opgebracht en lang genoeg gewacht.

