Eerste Kerstdag. Terwijl de rest van de wereld vandaag en morgen nog een extra knoopje losmaakt om het kerstdiner naar binnen te kunnen schuiven, kauwen wij op een mueslireep. En nee, dan heb ik het niet over die heerlijke repen van de Albert Heijn met chocolade erin. Ben jij gek? We zijn al zes dagen op reis. Die zijn al lang op. Dit is er een die we in de ‘supermarkt’ in Kathmandu hebben aangeschaft. Te duur, over datum en, oh ja, niet te vreten.
Halverwege besluit ik ‘m dan ook terug in het papiertje te stoppen en te bewaren. In geval van nood. Dat wil zeggen, als we ingesneeuwd raken en mijn linkerarm ook niet smaakt. “Ik ga douchen”, zeg ik resoluut. Voorzichtig zet ik mijn voeten op de grond en probeer mijzelf van het bed af te duwen. Mijn spieren protesteren van de lange wandeldag, maar ik houd vol. Buiten is ondertussen de zon ondergegaan en het wordt behoorlijk koud in de kamer. Ik zwaai de deur open en struikel bijna over onze schoenen die nog voor de deur staan. Een zure zweetlucht komt ons tegemoet. “Zal ik ze buiten laten staan?”, vraag ik mijn zusje. Geen reactie. Terwijl ik de schoenen naar binnen besluit te halen, begin ik ernstig te twijfelen over het nemen van die douche. Het is inmiddels steenkoud en warm water hebben ze in dit hotel niet. Ik werp een blik op mijn zusje. Diep weggestopt onder een stapel dekens maakt zij geen enkele aanstalten tot het nemen van een douche. Dan blaast een koude windvlaag plotseling onze kamer binnen. “Ja hoor, laat de deur maar openstaan. Kan het even lekker doorwaaien”, klinkt het ineens vanonder de stapel dekens. Het sarcasme druipt ervan af. Nog vermoeid van de lange wandeling, begin ik te lachen. Met een knal gooi ik de deur dicht en hak de knoop door.
Ik besluit die douche toch te nemen en open mijn rugzak die in de hoek van de kamer staat. Veertien kilo weegt het ding. Ons hebben en houwen van de hele reis zit erin. We hadden een gedeelte door Himalaya Hub naar Pokhara kunnen laten sturen, maar besloten het niet te doen. Eigenwijs. Dus vis ik tussen mijn zomerjurkje en tablet naar een setje schoon ondergoed en mijn handdoek. Terwijl ik op bed neerplof en mijn sokken uit probeer te trekken, begin ik weer te grinniken. “Nu begrijp ik waarom het wandelen vandaag zo pittig was”, roep ik naar mijn zusje. Ik staar naar de ‘R’ op de sok die ik zojuist van mijn linkervoet heb getrokken. “Ik had mijn sokken gewoon verkeerd om aan!” “Amateur!”, klinkt het vanonder de dekens. “Morgen ga je als een speer.”

