Het weekend is bijna voorbij en morgen moet ik alweer naar school. Na vier weken is het opnieuw de eerste maandag van de maand. Ik heb van mijn lerares het akkoord gekregen om naar het volgende niveau te gaan. Ik heb er zin in, maar het zal nog intensiever worden. Naarmate het niveau hoger wordt, worden de klassen kleiner. Slechts één persoon van mijn vorige klas gaat met me mee. Maar hij blijft maar een week. Ik bereid me vandaag al voor op de vraag die standaard iedere dag aan het begin van de les gesteld wordt: “Wat heb je gisteren (en in dit geval dus: van het weekend) gedaan?”
Aangezien de kans aanzienlijk klein is dat we met vijftien personen in één klas zitten (en er dus weinig tijd is om ons hele levensverhaal te delen), zal ik met iets beters moeten komen dan het gebruikelijke: ik heb geluncht, ik heb een siësta gedaan, ik ben naar het strand gegaan, ik heb nog een keer gegeten en ik heb tenslotte Netflix gekeken voordat ik ben gaan slapen. Ik denk terug aan gisteren. Eigenlijk was het een soort van business as usual. De wekker ging ’s ochtends vroeg af, het was nog donker(!), en ik groef diep in mijn hersens naar het antwoord op de vraag waarom het mij gisteren zo’n goed plan had geleken om opnieuw een vroege, lange wandeling te maken. Het antwoord kon ik niet vinden, maar aangezien ik toch al wakker was, liet ik mezelf uit bed vallen en maakte ik mij klaar om te vertrekken. In een walm van deodorant en zonnebrandcrème vertrok ik voor een twee uur durende wandeling naar het noordoostelijkste puntje van Gran Canaria. Gewapend met dat vervloekte wandelboek volgde ik het pad door het natuurgebied El Confital, zoekend naar een verborgen paadje omhoog. Na één keer fout gelopen te zijn, wist ik het te vinden en begon ik aan de klim naar boven. In tegenstelling tot de vorige keer – toen Linsey en ik bijna 1.000 meter berg trotseerden – hoefde ik deze keer maar 140 meter hoog te klimmen. Appeltje, eitje. Vrij snel stond ik boven en at ik dat appeltje als beloning. Het uitzicht was fantastisch en ik was blij dat ik eerder die dag uit mijn bed was gekropen. De wandeling naar beneden verliep gemakkelijk, maar het was intussen toch al weer een stukje warmer geworden, en al snel voelde ik me weer helemaal vertrouwd in een plakkerige staat van stof, zweet en zonnebrandcrème. Aangezien dat appeltje slechts een zoethoudertje was geweest, trakteerde ik mijzelf op de terugweg op de échte beloning: een broodje olie, peper en tomaat en een heerlijke cappuccino onder het genot van een goed boek. Na deze brunch keerde ik huiswaarts, alwaar ik de rest van de dag in een soort coma doorbracht. Pas tegen de avond, toen het alweer bijna tijd was om te gaan slapen, kwam ik weer een beetje tot leven en ritselde een snelle avondmaaltijd in elkaar. Voor het slapen gaan wierp ik nog een blik op mijn Spaans boeken (want slaapbevorderend), en al snel zou ik in dromenland verkeren. Tenminste, dat dacht ik.
Het licht is uit en ik denk wat te horen. Gezoem? Nee, het moet mijn verbeelding zijn, want er zijn hier bijna geen muggen meer en ik heb het raam op tijd gesloten. Terwijl ik weer probeer te gaan slapen, begint mijn been ontzettend te jeuken. Licht aan en kijken. Ja hoor, een muggenbult. Ik kijk rond en probeer de mug te ontdekken. Ik zie niets en probeer weer te slapen. Als ik bijna in slaap val, hoor ik opnieuw gezoem rondom mijn hoofd. Ik knip het licht aan, vastbesloten om deze mug te vermoorden. Opnieuw zie ik niets, maar laat ik het licht aan en wacht. Ik pak mijn telefoon en open Pyramid Solitaire Saga. Ik speel wat spelletjes terwijl ik wacht tot dat de mug zich weer laat zien. Niets. De mug houdt zich koest, maar ondertussen zie ik wel weer een gigantische muggenbult op mijn elleboog opdoemen. Het is 2-0 voor de mug. Dit beest is slim, maar we zijn aan elkaar gewaagd. Het is zaterdagnacht en terwijl de rest van de wereld laveloos in de discotheek staat, ben ik op mijn kamer op muggenjacht. Heel wat levels verder, heeft de mug zich echter nog steeds niet laten zien. Het is mij gelukt om de tijd te doden, maar de mug – die leeft nog steeds. Af en toe hoor ik hem zachtjes zoemen. Ik krijg flashbacks naar The Shining en het is alsof de mug mij iets probeert te vertellen: “Do you want to play with me, FOREVER…” Aangezien ik écht wil gaan slapen, besluit ik het op te geven. Uit één van de lades vis ik het zware geschut. Ik trek de stekker van mijn telefoon eruit en plug de anti-muggenstekker in.
De volgende ochtend word ik wakker en merk ik dat de stekker zijn werk uitstekend heeft volbracht. De schade heeft zich beperkt tot die eerdere twee muggenbulten én ik heb heel wat vooruitgang geboekt in Pyramid. Goed begin van de dag. Vervolgens wordt Max Verstappen eerste in Maleisië (iets wat ik jammer genoeg alleen in de NOS-liveblog kon volgen), dus al met al een goede zondag. Nu hoef ik dit hele verhaal alleen nog maar naar het Spaans te vertalen en ik ben klaar voor een nieuwe schooldag. Terwijl ik dit schrijf piept mijn telefoon en krijg ik een e-mail. Mijn bingokaarten voor de uitzending van Miljoenennacht van vanavond staan klaar. Terwijl ik dat lees, dwalen mijn gedachten af. Weet je wat pas een mooi verhaal voor morgen zou zijn…?

