Wie in Huaraz voor een dubbeltje op de eerste rij wil zitten, neemt in plaats van de taxi gewoon de bus. Want in tegenstelling tot het groepje toeristen dat ons naar Laguna 69 vergezelde en (na een trip van ruim twaalf uur) doodleuk nog de nachtbus naar de volgende bestemming nam, hebben wij meer tijd nodig. Tijd om te herstellen. En dus sommeren wij pas twee dagen later lijn 1 naast de Parroquia Nuestra Señora de Bélen-kerk tot een halt. Gewapend met een bikini, handdoek, zonnebrandcrème, e-reader en een zonnebril stappen we in. In plaats van een dubbeltje, betalen we een kwartje. En in plaats van een Jason Statham-filmmarathon, genieten wij van het schouwspel dat zich voor onze ogen ontvouwt.
Op aanraden van onze hosteleigenaar bezoeken we de thermale baden in Monterrey. Dit keer kan ik ontspannen achterover leunen. Want in tegenstelling tot in Nepal, spreek ik hier de taal en weet ik dat onze bestemming zich gewoon aan het eind van deze buslijn bevindt. Ik glimlach bij het vooruitzicht. Dat we ons over een half uur in één van de warme baden kunnen laten glijden. Of onder het genot van een goed verhaal, op één van de ligbedden kunnen neervlijen. Veel aandacht aan de gehaaste busmedewerker, die zo nu en dan al uit het nog rijdende voertuig springt om de tijd af te stempelen, besteed ik dan ook niet.
Pas als we een paar uur later dezelfde bus weer terug naar de stad nemen, besef ik hoe gejaagd hij werkelijk is. Terwijl ik de warmte van de zon nog op mijn huid voel branden, bekijk ik het spektakel dat keer op keer wordt herhaald. Het busje mindert vaart en stopt. Terwijl de medewerker begint te schreeuwen, wringen passagiers zich gehaast naar binnen en naar buiten. “Baja! Baja! Baja!”, schreeuwt hij. Wie de bus niet snel genoeg verlaat, riskeert het verlies van een ledemaat door een deur die, steeds opnieuw, onverzettelijk wordt dichtgeslagen. Omdat wij er nog niet zijn, beantwoord ik beleefd de vraag die één van de passagiers ons nieuwsgierig stelt. “Uit Nederland”, antwoord ik in het Spaans. “Maxima!” Enthousiast begint de man in het Spaans te ratelen. Met een half oor hoor ik zijn verhaal aan. Ondertussen houd ik mijn ogen strak op de weg gericht. We zijn er bijna. Als het busje opnieuw vaart begint te minderen, staan mijn zusje en ik snel op. Terwijl ik vluchtig knik naar de man die ongestoord verder vertelt, begint de busmedewerker al in mijn andere oor te schreeuwen. “Baja! Baja! Baja!” Ik leg mijn handen op mijn zusjes schouders en duw haar zachtjes naar buiten. Links en rechts worden we aangetikt door mensen die zich haastig een weg naar binnen banen. Omdat ik half en half verwacht dat er nog een treuzelaar door het raam naar buiten wordt geduwd, werp ik een blik achterom. Niets. Het busje is alweer weg.

