Bom proveito!

Na ongeveer een half uur in de bus vanuit Chui te hebben gezeten, stopt hij bij één van de vele terminals onderweg. Hoewel er een paar mensen instappen, blijft de bus, die ons naar Porto Alegre moet brengen, opvallend leeg. Niet voor niets loopt de chauffeur dan ook naar het achterste gedeelte van de bus, waar iedereen heeft plaatsgenomen. In rap Portugees begint hij te praten. Terwijl het grootste gedeelte van de passagiers aandachtig luistert en knikt, staren wij hem alleen wat glazig aan. We kunnen nog net iets in de trant van ‘boa viagem’ opvangen en gaan ervan uit dat deze vriendelijke chauffeur ons zojuist van harte welkom in zijn bus heeft geheten, ons heeft verteld dat Porto Alegre de eindbestemming van deze bus is en ons tenslotte nog een fijne reis gewenst heeft. De buschauffeur loopt terug naar voren en start de motor. Ontspannen leunen wij achterover. Het duurt nog een paar uur voordat we onze bestemming zullen bereiken.

Ongeveer drie uur later stopt de bus op een parkeerterrein in Quinta. We zijn ongeveer halverwege en iedereen behalve wij en één andere man stappen uit. Het zal wel pauze zijn. Dan komt de chauffeur, die ook was uitgestapt, naar binnen gelopen en begint opnieuw iets in het Portugees te vertellen. Vragend kijken wij hem aan. Hij doet een nieuwe poging in de voor ons onbegrijpelijke taal en wijst tenslotte naar de bus die naast ons geparkeerd staat. Een beetje vragend kijk ik hem aan. “Cambiar?”, vraag ik hem tenslotte. Aan het heftige geknik en de opluchting op zijn gezicht kan ik zien dat ik het bij het juiste eind heb. We wenken de andere meneer, die ook nog gewoon was blijven zitten, en stappen uit. Als we aanstalten maken om onze bagage te pakken, wordt onze poging weggewuifd. In de tussentijd zijn onze tassen al netjes van de ene naar de andere bus gebracht. We nemen plaats en mijn zusje, die vier jaar geleden acht maanden in Portugal heeft gewerkt, vangt nog net een korte woordenwisseling tussen beide buschauffeurs op. “Waarom bleven ze in jouw bus zitten?”, vraagt de tweede chauffeur aan de eerste. De eerste geeft het meest voor de hand liggende antwoord. “Omdat ze geen Portugees spreken, natuurlijk.”

Dat dat in Brazilië geen vanzelfsprekendheid is, wordt al snel duidelijk. Hoewel we hier pas zeven dagen zijn, lijkt het erop dat de Brazilianen de Fransen onder de Zuid-Amerikanen te zijn. Er van uitgaand dat iedereen Portugees spreekt en zelf geen enkele poging ondernemend om jouw in een andere taal tegemoet te komen. Na de zoveelste vasthoudende Braziliaan heb ik er dan ook zwaar genoeg van. Zelfs wanneer mijn zusje in het Portugees antwoord dat zij géén Portugees spreekt, tetteren ze nog door. Meer dan hen in het Spaans tegemoet komen, kan ik niet doen. Het wordt niét gewaardeerd. Sterker nog, het lijkt sommigen zelfs in zo’n mate te ergeren dat ik geloof dat ik hier beter Engels kan spreken. Zelfs als blijkt dat ze dát al helemaal niet verstaan. Onaardiger dan ik zou moeten zijn, snauw ik de zoveelste “No entiendo”, en bedenk me dat de liefde (voor een land) tenslotte door de maag gaat. En tot nu toe, wordt die elke ochtend goed gevuld door het ontbijtbuffet in ons hotel.

Dat laatste maakt dan ook veel goed. Sterker nog, het is het hoogtepunt van onze dag. Vergelijk het met het onderzoek naar de frequentie waarin mannen aan seks denken. Dat dat niet elke zeven seconden is, is inmiddels duidelijk. Maar het is zeker meerdere malen per dag. Wanneer die mannen dan aan seks denken, denken wij aan het ontbijtbuffet. Verse broodjes met salami. Knapperig ontbijtspek. Vers gesneden ananas, mango en kiwi en een luchtige plak cake. Elke avond wordt de wekker zorgvuldig gezet. Om tien uur wordt het licht uitgeknipt. Hoe eerder we gaan slapen, hoe eerder het weer ochtend is. Twee uur later schrik ik wakker. Haastig grijp ik naar mijn telefoon. Is de wekker wel gezet?