Dag Appie!

Ik ben er al een tijdje mee bezig, maar vanaf vandaag is het officieel. Ik ben werkeloos – of bewust zonder werk eigenlijk.

Afgelopen vrijdag was mijn laatste werkdag. Een dag om de laatste openstaande taken af te handelen of over te dragen. Hoewel je hoopt op een rustige dag, waarin volop tijd is om afscheid te nemen van iedereen, weet je dat je als werknemer in een supermarkt voortdurend te maken krijgt met zaken die niet op je dagplanning stonden. Zo werd ik die ochtend al wakker met een ziekmelding op mijn telefoon. Ha, mooi, nog een uitdaging op mijn laatste dag. Dát ga ik absoluut niet missen. Vol goede moed loop ik om acht uur de winkel binnen. Vervanging zoeken voor de zieke medewerker is de eerste prioriteit op mijn lijstje. Ik schuif achter de computer om in te loggen. Lukt niet. Poging twee – lukt ook niet. Poging drie – lukt ook niet. Na drie foutieve pogingen heb ik mijn account geblokkeerd. Gelukkig ken ik het nummer van de helpdesk uit mijn hoofd en hoop ik het probleem snel op te lossen. Ik ben niet direct aan de beurt. Ik zet de telefoon op de speaker, en kijk een beetje rond op kantoor. Hmm, er is ondertussen niets anders om te doen. Zonder toegang tot mijn account voel ik me nutteloos. Koffie halen? Helaas, ik heb de vaste telefoon gebruikt om te bellen en wil niet het risico lopen dat er ondertussen iemand aan de lijn is gekomen. Af en toe lopen er wat medewerkers langs die beginnen met werken. Ik maak een gezellig praatje met ze tot er aan de andere kant van de lijn wordt opgenomen. Helaas kan de helpdeskmedewerker mij ook niet helpen. Hij zet de melding door en belooft me te bellen als het probleem is opgelost. Ik mag inloggen onder de account van één van mijn collega’s. Ik kan eindelijk beginnen met werken.

Ondertussen blijven de raderen in mijn hoofd draaien. Terwijl ik de ene voicemail na de andere inspreek om vervanging te regelen voor de zieke medewerker, blijf ik nadenken over die ene, lange, overdrachtsmail die klaar stond in mijn concepten. Een week lang was ik met die mail bezig geweest, om ervoor te zorgen dat deze zo volledig mogelijk was en de overdracht soepel zou verlopen. Één voor één handel ik de dagelijke taken af. Tussendoor werp ik een blik op de afdeling die een medewerker tekort komt. De afdeling ziet er goed uit. Wat is het toch een top team. Mijn baas besluit nog een keer te bellen om te kijken wat de status is van mijn geblokkeerde account. Ze werken aan het probleem. Aanstaande maandag is de periode afsluiting. Ik begin met de voorbereiding van deze afsluiting. Vakantie- en ADV-uren moeten geboekt worden. Als ik mijn eigen uren opvraag, zie ik dat de zaterdag en zondag van deze week ontbreken. Ik vrees het ergste. Ze zullen toch niet…? Opnieuw besluit ik de helpdesk te bellen. Ik vertel de medewerkster dan ik per maandag uit dienst ga en dat ik geloof dat er een fout is gemaakt bij het uitschrijven. Ze gaat het doorgeven. Ik hang weer op en wordt verrast door twee medewerkers die me een persoonlijk afscheidscadeautje komen geven. Ik vind het ontzettend lief en sta opnieuw even stil bij het feit dat ik vandaag toch echt afscheid moet nemen van iedereen. Dat vind ik altijd zo ontzettend moeilijk en ik stel het dan ook het liefst zo lang mogelijk uit. Omdat ik klaar ben met werken en ik nog steeds geen toegang heb tot mijn account, spreek ik met mijn baas af dat ik morgen alleen nog even terug kom om de overdrachtsmail te verzenden. Ik neem afscheid van de medewerkers die er op dat moment zijn en ben blij dat ik het échte afscheid nog een dag kan uitstellen.

Zaterdag loop ik opnieuw het kantoor binnen. Snel tik ik mijn gegevens in en probeer in te loggen op het account. Ik krijg nog steeds dezelfde melding. Ik bel de helpdesk in de hoop dat het met een simpele wachtwoordreset alsnog opgelost kan worden. Helaas, mijn vermoedens worden bevestigd. Dit probleem gaat niet meer op tijd opgelost worden. Ik ben al uitgeschreven. Ik had nog geen afscheid genomen van Albert Heijn, maar Albert Heijn wel al van mij. Ik pak mijn volgekliederde agenda en krijg toegang tot de email van een andere collega. Bijna een uur lang werk in intensief aan mijn nieuwe overdrachtsmail. Het is het laatste wat ik na elf jaar bij de Albert Heijn doe. Ik kan het gevreesde afscheid niet langer uitstellen. Ik loop een laatste rondje langs alle medewerkers en beloof na mijn reis een kop koffie te komen drinken. Het is geen afscheid, maar een ‘ik zie je later’.