De tijd is omgevlogen. Op zes augustus, een zondagavond, zat ik nog met vier anderen in een klaslokaal om de multiple choice toets te maken die mijn niveau moest bepalen. Op goed geluk kruiste ik de antwoorden aan, en wist hiermee mijn waardeloze mondelinge toets te compenseren. Veel verder dan het noemen van mijn naam en de reden waarom ik graag Spaans wilde leren, kwam ik niet. De lerares gaf mij het voordeel van de twijfel en ik mocht op niveau A2 beginnen. Inmiddels ben ik twaalf weken, vijf leraren en leraressen en twee niveaus verder. Mijn hoofd zit bomvol informatie, en hierdoor is er op dit moment geen ruimte meer voor iets anders. De naam van die ene acteur, dat ene televisieprogramma of waar ik eergisteren heb gegeten, blijven niet meer plakken. Gelukkig is het inmiddels aangenaam warm, in plaats van vochtig, en blijf ik zelf ook nergens meer aan plakken. Elke dag was genieten. De interessante discussies op school, die ik nu in redelijk Spaans kan voeren, en de middagen aan het strand.
Hoewel twaalf weken aan één stuk door Spaans studeren zeker niet gemakkelijk was, heb ik geen moment spijt gehad. Het ging met ups en downs, en er waren momenten dat ik geen woord meer kon onthouden. Hoe oud was ik ook alweer in het Spaans? Van: “Oh sorry, ik zou toch zweren dat dat omgekeerde uitroepteken een ‘i’ was!” Tot: “Wat jammer dat je Canariër uit zijn kooi is ontsnapt!” “Wat?” “Oh sorry, ik bedoel natuurlijk ‘kanarie’.” Achteraf viel het allemaal reuze mee. Ik heb niemand verteld dat ik dertig anussen heb, en ook in de supermarkt heb ik nooit gevraagd of ze ‘pik’ (polla) in plaats van ‘kip’ (pollo) hadden. (Dat gold niet voor één van de andere studenten.)
De discussies werden interessanter. En de lessen werden leuker. Afwisselend geërgerd én geamuseerd, hoorde één van de leraressen in de klas naast ons het allemaal aan. Zo’n vijf keer per dag trok ze de deur van onze klas dicht met de vraag of het alstublieft een beetje stiller kan. Andere keren liet ze het zo, en luisterde ze vol plezier naar onze discussies over ‘nudisme’, ‘internetdating’, ‘vriendschap tussen mannen en vrouwen’, ‘vriendschappen met exen’ en ‘vriendschappen met extra’s’. Het vele praten ging me steeds beter af. Inmiddels spreek ik beter Spaans dan Johan Cruijff, aldus mijn leraar Spaans. Al verwissel ik – net als hij – regelmatig nog vrouwelijke en mannelijke woorden met elkaar. “Het probleem is mannelijk”, verbetert één van mijn klasgenoten mij voortdurend, “en de oplossing is vrouwelijk”. “Dat is toch vanzelfsprekend?” Vanavond ga ik voor de laatste keer uit eten, met haar. Onder het genot van een Spaanse maaltijd, oefenen we het Spaans nog een beetje. Wellicht gaan we nog naar een club om salsa (te leren) dansen. Voor de laatste keer. Want het wordt tijd om dit avontuur af te sluiten.
Dag strand. Dag zee. Dag zon. Dag luchtige zomerjurkjes. Dag zongebruinde huid, hoewel ik hoop dat jij nog even blijft! Dag tapas. Ik ga jullie missen! Maar ook; dag vuilnismannen – die de glascontainer om vier ’s nachts vlak onder mijn raam legen – dag muggen, dag huiswerk. Ik ga weer terug naar Nederland. Naar de kou en de regen. Maar ook weer naar mijn familie en vrienden. Waar ik weer water uit de kraan mag drinken en toiletpapier door het toilet mag spoelen. Voor zolang het duurt, wil dat zeggen. Want twintig december begint een nieuw avontuur. Één waar mijn zusje en ik al heel lang naar uit kijken. Hallo avontuur! Tot snel!

