Ecuador is groen

Het landschap raast voorbij. Een oude vrouw, gehuld in traditionele kledij, daalt langzaam de berg af. Het felroze steekt af tegen het groene landschap. Er lijkt geen einde aan te komen. Hoewel het een prachtig plaatje zou hebben opgeleverd, rijdt de bus in volle vaart door. Weg van de vrouw en door naar onze laatste bestemming. Cuenca. De stad waar we een week zullen verblijven. Rugzakken af. Schoenen uit. Terug naar een vast ritme. Één waarin we vijf dagen lang weer vier uur per dag naar school zullen gaan. Bij de Yanapuma Foundation and Spanisch School betaalden we immers $120 per persoon voor twintig uur Spaans. En na de vele restaurantbezoeken, staat er dan eindelijk weer zelfgemaakte pasta op het menu. De eerste hap brengt ons terug naar Nieuw-Zeeland. De tweede terug naar huis.

Maar hoewel we inmiddels alweer bijna op de helft van onze reis zijn, en we over een paar dagen de bus naar Peru zullen nemen, is het nog niet zo ver. Voorlopig zijn we nog in Ecuador en Ecuador is prachtig. Hoewel de Ecuadoriaanse psychologe (met wie ik na mijn burn-out een aantal sessies heb gehad) mij op het hart drukte vooral voorzichtig te zijn in het land van haar herkomst, blijkt deze angst ongegrond. Tussen dat wat we hadden verwacht en hoe het hier werkelijk is, ligt een gigantische kloof. Het is een bijzonder contrast. Waarbij het land, dat qua bekendheid in het niet valt bij een land als Peru, meer lof verdient dan het vaak krijgt.

Want wie had van tevoren gedacht dat men in Ecuador verrassend punctueel is? Dat onze gids Elvis, in het Cuyabeno Nationaal Park, tien minuten voordat we hadden afgesproken al geërgerd op zijn horloge keek omdat nog niet iedereen er was? Dat de bus, die om tien uur hoort te vertrekken, ook daadwerkelijk om tien uur vertrekt? En jou er, met een zware rugzak op je rug, achteraan laat hollen om je vervolgens al rijdend naar binnen te trekken? Liever dat, dan een halve minuut te wachten, totdat Noëlle de rugzaktoerist van wie we op het laatste moment het kaartje overnamen haar er ook daadwerkelijk voor kon betalen?

Hoe hadden we ooit kunnen voorspellen dat ons bezoek aan Tena, dat nooit op de planning stond maar waar we noodgedwongen moesten overstappen, onvergetelijk bleek te zijn? Een perfecte dag. Die van het gezelschap tijdens het raften, de stroming in de rivier tot de overheerlijke lunch, helemaal bleek te kloppen. Terwijl het water van de gehaktballen, die we ter afsluiting bij El Vagabundo aten, mij nog in de mond loopt, kan ik mij niet voorstellen dat Baños de Agua Santa onder de toeristen populairder is. Deze laatste, waar vaak lyrisch over wordt gesproken, is niet meer dan een uit de kluiten gegroeid pretpark. Waar je als toerist over de toeristen struikelt en waar de bus ervandaan het absolute hoogtepunt is.

Gelukkig zijn we dat laatste allang weer vergeten. Nu we in de bus zitten en bewonderend naar buiten kijken. Eens in de zoveel tijd wordt het voertuig tot stilstand gewuifd. Zakken vol granen of trossen bananen verdwijnen in de bagageruimte onderin. Af en toe wordt een van de Ecuadorianen door de buschauffeur teruggefloten. De vogel die in een zak mee naar binnen wordt gesmokkeld, dient ook in het bagageruim achtergelaten te worden. En als we denken dat we alles hebben gezien, stapt er een vrouw in. Omdat de bus inmiddels vol is, neemt ze plaats op de schoot van een wildvreemde man. Hoewel wij ons best doen om niet keihard in lachen uit te barsten, kijkt niemand anders hier vreemd van op. Met een grijns van oor tot oor vervolgen we onze route. Want Ecuador is mooi. Nee, Ecuador is práchtig.