Houston, we have a problem!

Een beetje ongedurig zitten we op de bank bij de receptie van het North South Holiday Park in Christchurch. Hoewel we hier gisteren al voor $5 per persoon een transfer naar het vliegveld boekten, lijkt degene die ons daar naar toe zou brengen daar niet van op de hoogte te zijn. Voor de zoveelste keer pakt de receptioniste de telefoon en verontschuldigt zich voor het feit dat zowel de chauffeur als de shuttle nergens te bekennen zijn. Het is inmiddels al kwart over acht en de tijd begint te dringen. Pas als er vijf minuten later een glimlach doorbreekt op haar nerveuze gezicht, kunnen ook wij opgelucht adem halen. De chauffeur is onderweg en zelfs het groepje rugzaktoeristen, die op het laatste moment binnen komen lopen om dezelfde shuttle te boeken, kunnen ons niet meer deren. De receptioniste drukt de chauffeur op het hart om eerst ons bij het vliegveld af te zetten en, gelukkig, gebeurt dat ook zo.

Als we met al onze bagage gehaast het vliegveld binnen lopen, kunnen we ons bijna niet meer voorstellen dat we slechts een week geleden nog genietend op het dek van de Southern Discoveries in Milford Sound stonden. In de kou, de stromende regen en in het gezelschap van busladingen toeristen. Intens gelukkig. Helemaal aan de andere kant van de wereld en in de wetenschap dat alles wat thuis nog zo eng of belangrijk had geleken dat eigenlijk helemaal nooit is geweest.

Met rode wangen laten we onze blik door de vertrekhal dwalen. De kalme Nieuw-Zeelandse energie lijkt ons met de minuut meer en meer te verlaten. Als we er tot onze schrik achter komen dat wij onszelf met behulp van een machine moeten inchecken, begint mijn bloeddruk te stijgen. Machines en ik zijn geen goede combinatie. De stress van de verlate shuttle maken ons zelfs onverenigbaar. En waar in de rest van Nieuw-Zeeland het werk van één persoon door minimaal drie personen wordt gedaan, zijn we net hier aangewezen op één medewerkster die het werk van drie doet. Hoewel we een poging wagen om onszelf zonder haar hulp in te checken (ze is immers ontzettend druk), moeten ook wij uiteindelijk haar hulp inroepen. Als blijkt dat zij daarbij een bewijs verlangt dat wij Ecuador ook weer zullen verlaten, moeten we bijna lachen. “We kunnen u alleen een ticket tonen dat laat zien dat wij over vijf maanden vanuit Sao Paulo weer verder naar Windhoek in Namibië vliegen”, zeg ik haar. “Hoe reizen jullie daar naartoe?”, vraagt ze. “Met de bus”, antwoord ik haar. “Hebben jullie al een busticket geboekt?”, gaat ze verder. “Voor de bus van Ecuador naar Brazilië?” Met omhoog getrokken wenkbrauwen kijk ik haar aan. Opnieuw moet ik mijn best doen om niet keihard in lachen uit te barsten. Even denk ik na. “Over twee dagen vliegen we vanuit Quito naar de Galapagos Eilanden.” Tevreden voert de medewerkster deze informatie in op haar computer. “Maar de Galapagos Eilanden horen bij Ecuador en twee weken later vliegen we vanuit daar ook weer terug naar Quito”, vervolg ik mijn verhaal. De medewerkster maant me tot stilte, print de tickets en overhandigt deze aan ons. Net als wij is ook zij klaar met deze bureaucratische flauwekul. Vriendelijk bedanken we haar en vervolgen onze reis.

Terwijl we door de douane gaan, werp ik een blik op mijn telefoon. Via Auckland vliegen we naar San Francisco en Houston, alvorens wij uiteindelijk eenendertig uur later in Quito zullen landen. Als mijn hartslag eindelijk weer normaal is, krijg ik opnieuw de schrik van mijn leven. In San Francisco hebben we slechts dertig minuten de tijd om uit te stappen, onze tassen van de band te halen, ze weer in te leveren, door de douane te gaan en onze aansluiting te halen. Met de adrenaline die zich meester van mij maakt, had ik net zo goed naar Quito kunnen stuiteren. In paniek stoot ik Noëlle aan. Terwijl de meest vreselijke scenario’s in mijn hoofd de revue passeren kan ik mij tijdens de vlucht naar Auckland en San Francisco maar moeilijk ontspannen. Pas als ik tien minuten voordat we landen een blik op de daadwerkelijke tickets werp, voel ik hoe de adrenaline mijn lichaam langzaam verlaat. De incheckmachine blijkt ons op een latere vlucht naar Houston te hebben gezet. Één die ons ruim voldoende tijd zou geven om over te stappen. Opgelucht haal ik adem. “Houston, we’ve had a problem!” Ontspannen leun ik achterover. Onze vakantie kan beginnen.