Ode aan Bolivia

Bolivia is niet het land met de allervriendelijkste inwoners. Zoals Nepal. Het heeft niets dat zo indrukwekkend is dat het de lijst van de zeven (nieuwe) wereldwonderen heeft gehaald. Zoals de Taj Mahal in India of Machu Picchu in Peru. Het is niet de hemel op aarde. Zoals Nieuw-Zeeland. En het heeft geen Galapagos Eilanden, waar men volop de mogelijkheid heeft om de wilde dieren in hun natuurlijke omgeving te fotograferen of er zelfs mee te zwemmen. Zoals Ecuador. En toch doet Bolivia niet onder voor al deze landen. Sterker nog, Nieuw-Zeeland mag wel uitkijken. Want Bolivia heeft ‘het’. Dat wat menig toerist vaak toeschrijft aan Peru. Maar wij daar niet hebben gezien. En hier wel.

Want Bolivia is het land waar mijn lieve, boomlange, zusje standaard señor wordt genoemd. Waar vrouwen dus onzeker een blik op het toiletbordje werpen als zij net op dat moment het toilet komt uitgelopen. Waar de bussen nooit op tijd rijden en altijd vertraging lijken te hebben. Waar de prijs van een buskaartje flexibel is. Het ineens nog maar dertig in plaats van vijftig bolivianos kost als dat is wat de concurrent ervoor vraagt. Het is een land dat klopt. Iets waar ik mijn vinger niet helemaal op kan leggen, maar ontzettend goed voelt. Waar vooral Spaans en bijna geen Engels wordt gesproken. Een land, dat door sommigen wellicht wordt gezien als het arme, achterlijke broertje van Peru. Maar wie het Eduardo Avaroa Nationaal Park in het zuidwesten van het land en de zoutvlaktes van Uyuni heeft bezocht, weet wel beter. Bolivia is puur. Bolivia is prachtig. En Bolivia is in alles Peru’s meerdere.

Want op welke andere plaats ter wereld, lijkt schaamte als sneeuw voor de zon te verdwijnen? Waar hurken zeven vrouwen die elkaar net hebben leren kennen naast elkaar neer om te plassen? Dat is wat Bolivia voor ons deed. Het gaf ons schoonheid. Het gaf ons vrijheid. En het wint met een enorme voorsprong van Peru. Dat doet het in ieder geval volgens ons.