Onbetaalbaar

Vijfhonderd gram macaroni. Twee blikjes tomatensaus. Vier tomaten, twee uien, twee teentjes knoflook, peper, zout en het laatste beetje hete saus dat we in Rio de Janeiro hebben aangeschaft. Onze ouders verblijven in de lodge en wij staan op de camping in Waterberg Plateau. Omdat het restaurant twee dagen volgeboekt is (door de gasten die in de lodge verblijven) en de zogenaamde campingwinkel niet meer dan een koelkast met barbecuevlees is, zijn wij op de eetkist in de auto aangewezen. Terwijl mijn zusje door de pasta roert, vragen wij ons af wie er slechter aan toe is. Wij, met onze zelfgemaakte pasta (die absoluut wat gehakt had kunnen gebruiken)? Of onze ouders, die de volgende ochtend na een zeer matige maaltijd in een door zombies gerund restaurant, nog nét niet vragen of ze deze avond bij ons aan tafel kunnen aanschuiven?

Dat niet alles in Namibië ons voor de wind ging, was al bekend. Wanneer ik mijn favoriete roze jasje aantrek en mijn handen in de zakken steek, wordt dat weer pijnlijk duidelijk. Ik keer ze binnenstebuiten en twee hoopjes zand krijgen langzaam vorm op de grond. “Hoe vaak komt zo’n zandstorm nu eigenlijk voor?” vroegen we de manager, die tijdens het diner in de Sossusvlei Lodge even kwam polsen of alles naar wens was, een paar dagen eerder. “Zo’n twee tot drie keer per jaar”, was haar antwoord. Zul je net zien. Na de mist op de top van de Tongariro Crossing, het gebrek aan zicht op Machu Picchu na een helse beklimming van de berg en de regen in Milford Sound, hadden we ook niet anders verwacht. Wie met ons op reis is, kan er dan ook niet vanuit gaan dat alles vlekkeloos verloopt. Alhoewel, naast een beetje pech, hebben we ook zeker veel geluk.

Want is het jammer dat we de Sossusvlei niet hebben kunnen zien door de zandstorm? Natuurlijk. Maar dat betekende ook dat ons een helse klim (en wellicht een vernedering wanneer dat niet zou zijn gelukt) bespaard is gebleven. En die harde, schelle piep, die herhaaldelijk en aanhoudend door de auto klonk en iedereen in staat van irritatie en onzekerheid bracht, bleek uiteindelijk geen mankement te zijn, maar een waarschuwing dat we te hard reden. Het was maar goed dat we tot dit laatste inzicht kwamen vóórdat we onze eerste bestemming bereikten en de autoverhuurder in paniek hadden opgebeld. En die steen tegen het raam, waardoor de ruit zo snel mogelijk moest worden vervangen? Die sloeg tegen het raam op de terugweg naar Windhoek, waardoor een rit langs de verhuurder ons slechts vijftien minuten vertraging had opgeleverd. Dankzij de snelle service konden mijn moeder en mijn zusje de volgende ochtend al om half acht terecht, waardoor mijn vader zijn benen nog even kon bruinen alvorens we – ruim op tijd – bij onze volgende bestemming arriveerden.

En dus met de benen gebruind, de ruit verzekerd en het reisschema – dat Paul Janssen van Going Africa Safari’s zorgvuldig had samengesteld – intact, arriveerden we bij Waterberg Plateau. Waar de accommodaties prima in orde waren en we de neushoorn, zoals beloofd, gezien hebben, maar waar het eten onder de maat was. Vooral als je dat vergelijkt met de kwaliteit die op elke andere plek geboden werd. Want het eten in Namibië is voortreffelijk. Een plezierige bijkomstigheid, maar niet de reden dat het land up and coming is.

Want wie de prijzen van dit seizoen met die van het volgende en soms het daaropvolgende seizoen al vergelijkt, ziet direct dat het land in trek is. Het is niet alleen maar een verzameling lemen hutjes (zoals mijn zusje dacht) of één grote zandbak (de voorstelling die mijn vader er van had). Het is een variatie aan prachtige landschappen, wild en vriendelijkheid. En het mooiste van alles is dat je dat allemaal op eigen houtje kunt bekijken. In een tent of een luxe lodge? Net waar je de voorkeur aan geeft. “Tot de volgende keer”, riep de tankbediende ons een paar dagen geleden nog na. Men gaat er van uit dat je terugkomt. Want Namibië is onbetaalbaar. Figuurlijk dan. Maar als je nog even wacht, is dat letterlijk dadelijk ook zo.