Overweldigend

Je hoeft niets te kopen, alleen maar te kijken. Dat er daarbij niet letterlijk een pistool tegen je hoofd wordt geplaatst omdat dat wettelijk waarschijnlijk niet is toegestaan – daar is ook alles mee gezegd. Nadat je vijfhonderd keer je hoofd hebt geschud, vriendelijk aangaf dat je echt geen omslagdoek (of vijfentwintig) kunt gebruiken en je je afvraagt hoe je in hemelsnaam in deze winkel terecht bent gekomen, is het tijd om te gaan. Vriendelijk bedank je de eigenaar. Hij is tenslotte de neef van de kapper van de tuktuk-chauffeur die jou en je reisgezel eigenlijk bij jullie hostel af zou zetten. Één keer trap je er in. De chauffeur was immers zo vriendelijk en je hoefde niets te kopen, alleen maar te kijken. Pas als de tuktuk tien minuten later daadwerkelijk voor het hostel tot stilstand komt, haal je opgelucht adem. Met een zucht sluit je de deur van je kamer, draait ‘m op slot en zakt op de grond voor de deur in elkaar. India is immers overweldigend. Wie dan ook besluit om zich alle dagen van zijn verblijf in zijn hotelkamer op te sluiten om (in plaats van de koe) Netflix heilig te verklaren, kan ik dan ook niets kwalijk nemen. Sterker nog, het is wat elke zelf respecterende introvert zou doen.

Ben jij ook een introvert? Dan had je gewenst dat je thuis (of in Nepal) was gebleven. Hoewel het in dit land stikt van de yogaretreats en de meditatie hier ooit is ontsproten, is daar doorgaans weinig van te merken. Buiten het onophoudelijke getoeter, de stank en het vuil op straat – krioelt het in de deelstaat Rajasthan van de extraverten die je te pas en te onpas staande houden. Leuk? Soms. Zoals wanneer je ’s avonds na het diner niets-vermoedend over straat loopt en jij en je reisgenoot door een jongeman staande worden gehouden. Door jullie lengte en blonde haar vallen jullie op. Zijn interesse is gewekt. Ook zijn vriend, die daarvoor nog met wat anderen stond te kletsen, komt erbij staan. Geïnteresseerd begint de eerste vragen te stellen. Vragen die, tot jullie grote verbazing, niet door jullie zelf maar door de tweede worden beantwoord. “Waar komen jullie vandaan?”, vraagt hij. “Holland”, antwoord zijn vriend. “Waar logeren jullie?”, gaat hij verder. “Nanu’s Hostel”, klinkt het al uit de mond van zijn vriend voordat jullie überhaupt aanstalten konden maken om je in dit gesprek te mengen. Als ook de laatste vraag correct door zijn vriend wordt beantwoord, is het tijd om te gaan. Jullie arriveerden inderdaad drie dagen geleden in Jaipur en het feit dat zijn vriend dat wist, maakt jullie aanwezigheid volkomen overbodig. Met een lach wens je de jongens een goede nacht en vervolg je je weg terug naar het hostel. Hoewel dit gesprek het gemak, de vriendelijkheid en de openheid laat zien waarmee men jou doorgaans in het land benaderd, kan India tegelijkertijd ook verschrikkelijk benauwend zijn.

Want wie gehoopt had rustig over straat te kunnen wandelen, komt bedrogen uit. Niet alleen het verkeer, dat luidkeels naar je toetert terwijl je bijna van je sokken wordt gereden, staat geen seconde stil. Het wemelt in dit land ook van de mensen die iets aan jou proberen te slijten. Terwijl je beleefd blijft glimlachen en de zoveelste afwijzing over je lippen blijft rollen, wens je dat je je hotelkamer nooit had verlaten. “Nee bedankt.” Je zucht eens diep. “We willen geen ansichtkaart, armband, trui of aardewerk kopen. We hebben echt geen tuktuk nodig, willen geen geld wisselen, ontbijten, lunchen of dineren, gebruik maken van jouw internet, je oma niet mee uit eten nemen of een ritje op jouw eenhoorn maken.” We willen in alle rust terug naar ons hostel wandelen. Dat je daarbij bijna ongemerkt je pas versnelt, nog net een voorbij scheurende tuktuk ontwijkt en wellicht nog een slipper verliest, doet er niet toe. En helaas is het die rustige wandeling het enige dat je nu juist door niemand werd aangeboden.