Señor Alpaca

“Señor Alpaca!” De uitroep van mijn zusje doorbreekt de serene stilte in het Chobe Nationaal Park. Het is middag, bloedheet en met een boek en een kaartspel vullen we de uren tot aan de volgende gamedrive. “Ik zei nog dat je niet in het zand mocht spelen”, gaat ze verder. Terwijl ze haar trui, die gedurende onze wereldreis de naam Señor Alpaca heeft gekregen, van de grond opraapt en hem afklopt, moet ik een beetje lachen. Of het het teveel aan hamburgers was, of een zonnesteek, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Maar de shabby trui die we in Cuzco hebben aangeschaft, is inmiddels een bijna volwaardig lid van het gezin geworden. Is dat gek? Niet als je bedenkt dat de trui overuren heeft gedraaid én nog steeds draait, waarbij hij slechts twee keer gewassen is geweest, en dus zo goed als zelf kan lopen.

Én voordat mijn zusje luidkeels begint te protesteren omdat A) we haar trui niet belachelijk mogen maken in deze blog en B) haar trui twee keer vaker gewassen is dan mijn trui, die ik geen enkele keer gewassen heb, zal ik dat hier direct maar even melden. Bij deze. Helaas voor haar, trekt van dat laatste niemand zich echter iets aan. Want, terwijl mijn oude trui ergens in Saõ Paulo met een vuilniscontainer aan de wandel is gegaan, zitten wij hier. In Botswana. Zonder mijn trui. En met Señor Alpaca.

Waar een prachtige reis door noordelijk Namibië, gevolgd werd door een zevendaagse privé-safari in het Moremi Game Reserve, Savuti en het Chobe Nationaal Park. Back to basic. Op een legerbed in een tent met een chemisch toilet, die met een tentzeil ensuite aan de hoofdtent bevestigd is. Zodat het risico dat je ’s nachts, tijdens een onvermijdelijk toiletbezoek, gereduceerd wordt tot de midnightsnack van een voorbij wandelende leeuw, geminimaliseerd wordt.

Klinkt goed? Dat is het ook. Want omringd door de natuur, ver weg van alle andere toeristen, ervaar je Botswana op zijn best. En dat begint al met het ontbijt. Er is namelijk geen betere start van de dag, dan een vers geroosterd brood met kruidenboter. Gevolgd door een urenlange gamedrive, waarbij de leeuw die vlak achter de auto de weg oversteekt, niet te overtreffen is. Elke dag minimaal één perfecte foto. Een heerlijke lunch. Een gin-tonic hier. Een glaasje wijn daar. Nóg een gamedrive. Een excellent diner. En de absolute luxe, die het mogelijk maakt dat een hyena ineens aan het kampvuur verschijnt.

En met dit alles én de minimale kans om het onderspit te delven in de Circle of Life, neem je iets voor lief. En dus zit mijn vader met een handdoek over zijn hoofd aan tafel, terwijl wij het ene na het andere kaartspel spelen. Gezien de hoeveelheid vliegen die rondom ons hoofd blijven zoemen, knijp ik nog eens in mijn arm. Ja, we leven nog. Voorzichtig ruik ik er eens aan. Ruikt goed. Waar komen die vliegen… Mijn blik dwaalt af naar de stoel. Señor Alpaca. Dat verklaart alles.